Huishoudelijk Reglement (HHR)

 

INHOUDSOPGAVE  

 

Doelstelling                                                                              Artikel 1

Algemeen                                                                                 Artikel 2.1 tot en met 2.5 

Gebruik gemeenschappelijke ruimten                                 Artikel 3.1 tot en met 3.8 

Gebruik van de parkeerruimten                                             Artikel 4.1 tot en met 4.4

Gebruik privé gedeelten                                                          Artikel 5.1 tot en met 5.9 

Privacy reglement                                                                    Artikel 6.1 tot en met 6.8 

Slotbepaling                                                                              Artikel 7.1 

 

 

1. Doelstelling

Artikel 1 

De bepalingen van dit reglement beogen voor iedere eigenaar of bewoner/gebruiker van een appartement/parkeerplaats/garagebox/kantoor-winkelunits van het complex Waterstadtoren gelegen te Rotterdam aan/nabij de Wijnbrugstraat/Wijnhaven en Bierstraat kadastraal bekend gemeente Rotterdam sectie AH nummer 440, een waarborg te scheppen voor het optimaal woon- en gebruikersgenot, alles binnen het kader van een sociale saamhorigheid en het voorkomen van omstandigheden, ten gevolge van handelingen of nalatigheden van eigenaren en/of gebruikers, waardoor de gewenste leef- en woonbaarheid, de waarde en het aanzien van de appartementen/parkeerplaatsen/garageboxen/kantoor-winkelunits zouden kunnen worden geschaad. 

Voor alle in dit Huishoudelijk Reglement opgenomen artikelen geldt: voor zover niet in strijd met de splitsingsakte! 

 

2. Algemeen

Artikel 2.1 

De definities van dit reglement zijn gelijk aan die van artikel 1 van het modelreglement van splitsing d.d. januari 1992 (hierna: “RvS”) en het aanvullend reglement vanaf blz. 67 t/m 79 en de aanvullingen op artikel 17 lid 5 van het modelreglement van splitsing 1992 in artikel 10 van het aanvullend reglement van splitsing.

Artikel 2.2 

Alle artikelen van dit Huishoudelijk Reglement, waarin van eigenaren wordt gesproken, zijn – indien niet het tegendeel blijkt – ook van toepassing op de gebruikers van

appartement/parkeerplaats/garagebox/kantoor-winkelunits. Indien wordt gesproken van handelingen of nalatigheden van eigenaren, dan moeten daaronder ook worden verstaan, handelingen en nalatigheden van diegenen, die deel uitmaken van zijn huishouding. 

Artikel 2.3 

  1. Bij overtreding of niet- nakoming van regels uit de splitsingsakte en het Modelreglement 1992 RvS door de eigenaar of de gebruiker doet het bestuur de desbetreffende eigenaar of gebruiker een schriftelijke waarschuwing toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet nakoming.
  2. Bij overtreding of niet nakoming van de artikelen 3.1,3.2, 4.1, 4.2, 5.1 5.2, 5.3, 5.5, 5.6, 5.7, 5.8 van dit reglement door de eigenaar of gebruiker ontvangt de betrokkene een schriftelijke waarschuwing waarin hem gewezen wordt op de overtreding of niet nakoming.
  3. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing, bedoeld in het eerste of tweede lid, verbeurt de overtreder ten behoeve van de VvE De waterstadtoren te Rotterdam een dadelijk opvorderbare boete van maximaal €500,- per gebeurtenis.

 

Artikel 2.4 

De gebruikers, bedoeld in art. 24 van het Modelreglement 1992 RvS komen slechts in aanmerking voor de verstrekking van sleutels of ander middelen die dienen tot toegang tot de

gemeenschappelijke delen indien de eigenaar heeft voldaan aan de verplichting van art. 24 van het Modelreglement 1992. De eigenaar die de verklaring als bedoeld in art. 24 van het Modelreglement 1992 afgeeft hecht hieraan tevens een kopie van een geldig legitimatiebewijs met betrekking tot de gebruiker die op deze verklaring wordt genoemd. 

De sleutels of andere middelen die dienen tot verkrijging van toegang tot gemeenschappelijke delen worden door of vanwege het bestuur afgegeven aan de eigenaar. Deze kunnen ook aan de feitelijke gebruiker worden afgegeven indien de gebruiker een kopie van de verklaring als bedoeld in art. 24 Modelreglement van 1992 RvS alsmede een kopie van een geldig legitimatiebewijs afgeeft. 

Indien het bestuur een redelijk vermoeden heeft dat een appartementsrecht in gebruik is gegeven aan een ander zonder dat daarvoor een verklaring als bedoeld in art. 24 van het Modelreglement 1992 is afgegeven worden de blijkens de registratie aan dat betreffende appartementsrecht en eigenaar gekoppelde sleutels of andere middelen die dienen tot toegang tot de gemeenschappelijke ruimten onbruikbaar gemaakt. Dit wordt niet eerder gedaan dan nadat de eigenaar van het betreffende appartementsrecht in de gelegenheid is gesteld om binnen een maand alsnog de verklaring als bedoeld in artikel 24 van het Modelreglement 1992 te overleggen. 

 

3. Gebruik gemeenschappelijke ruimten

Artikel 3.1 

  1. Het is niet toegestaan/verboden in de gemeenschappelijke ruimten:
  2. fietsen, bromfietsen, autopeds, speelgoed en soortgelijke voorwerpen, alsmede vuilniszakken en dergelijke te plaatsen en/of te houden, behoudens in de daartoe ingerichte ruimten;
  3. boormachines, gereedschappen of andere werktuigen, welke door geluid, trilling of stank overlast kunnen veroorzaken, te gebruiken of te repareren;
  4. voorwerpen ter ‘verfraaiing’ aan te brengen of anderszins wijzigingen te plegen, tenzij met toestemming van de vergadering van eigenaren;
  5. kinderen te laten spelen, zoals voetballen, rolschaatsen enzovoort;
  6. reclame-uitingen aan te brengen aan of tegen de buitenmuur, welke de privé-gedeelten omsluiten, waarvan zijn appartementsrecht het recht op uitsluitend gebruik geeft.

Artikel 3.2 

Indien een gemeenschappelijke ruimte door welke oorzaak dan ook wordt verontreinigd, bijvoorbeeld door uitwerpselen van huisdieren, door het breken van flessen, het stukgaan van verpakkingsmateriaal enzovoort zullen alle gevolgen hiervan terstond ongedaan gemaakt dienen te worden door degene, die verantwoordelijk is voor het ontstaan van die verontreiniging. Bij nalatigheid zal het bestuur de verontreiniging doen laten verwijderen en de kosten daarvan op de desbetreffende eigenaar verhalen. 

Artikel 3.3 

Het blokkeren van de liften of de goede werking daarvan, is verboden. Het gebruik voor andere doeleinden dan personenvervoer is niet toegestaan, zulks met uitzondering van klein materiaal of met speciale toestemming van het bestuur. Het in de lift aangegeven maximale gewicht mag niet worden overschreden.  Het gebruik van liften bij verhuizingen vindt plaats op de wijze als door het bestuur nader is voorgeschreven.

Artikel 3.4 

Het is verboden in de liften en andere gemeenschappelijke ruimten te roken. 

Artikel 3.5 

Het is niet toegestaan overbodig reclamemateriaal, kranten en dergelijke te deponeren in de gemeenschappelijke ruimten. 

Artikel 3.6 

Het aanbrengen van naamplaten op het bellentableau bij de brievenbussen dient in uniforme uitvoering te geschieden en wordt door de vereniging van eigenaren geregeld. Het aanbrengen van andere naamborden is niet toegestaan. Indien een eigenaar of gebruiker hiertoe toch overgaat, zal een dergelijk naambord op zijn of haar kosten door het bestuur worden verwijderd. 

Artikel 3.7

Het is verboden om fietsen die rijtechnisch in onvoldoende onderhoudsstaat en/of in kennelijke staat van verwaarlozing verkeren te plaatsen of laten staan in een stalling/garage of voor alle bewoners toegankelijke ruimte. Deze worden in opdracht van de VvE (na waarschuwing d.m.v. een sticker), na een maand verwijderd. 

Artikel 3.8 

Eigenaren van de indexen A-001 tot en met A-168 en index A-351 tot en met A-370 van de akte van splitsing (eigenaren appartementen/bedrijfs- en winkelruimten) komen in aanmerking voor de verstrekking van toegangssleutels tot de gemeenschappelijke ruimten.  

De toegangssleutels zijn voor rekening van de aanvrager. 

In bijzondere omstandigheden en in situaties van misbruik worden deze toegangssleutels geblokkeerd. 

4. Gebruik van de parkeerruimten

Artikel 4.1 

Een parkeerplaats mag slechts als parkeerplaats voor auto’s, aanhangers, fietsen of andere gemotoriseerde vervoermiddelen worden gebruikt en uitsluitend met toestemming van de eigenaar van de parkeerplaats. 

Het is verboden buiten de belijning te parkeren. 

Er is ook sprake van buiten de belijning parkeren indien een deel van het geparkeerde vervoermiddel boven het naastgelegen parkeervak of boven de (gemeenschappelijke) parkeerweg overhangt. 

Er is tevens sprake van geheel of gedeeltelijk buiten de belijning parkeren terwijl de parkeerplaats (tevens) wordt gebruikt voor het parkeren/stallen van meerdere vervoermiddelen (bijvoorbeeld fietsen, scooters etc.) en/of andere voorwerpen en/of het niet zo efficiënt mogelijk benutten van de parkeerplaats. 

In alle gevallen dat een voertuig geheel of gedeeltelijk wordt geparkeerd in de gemeenschappelijke ruimte is het bestuur bevoegd dit voertuig te doen verwijderen ten laste van de eigenaar van dit voertuig. 

Artikel 4.2 

Het is verboden de parkeerruimte te gebruiken als werkplaats. Kleinere noodzakelijke werkzaamheden aan gemotoriseerde vervoermiddelen kunnen worden verricht, mits daarvoor uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de eigen parkeerplaats/garagebox en dit voor de belendende parkeerders geen hinder oplevert. Olie verversen en brandstof vullen is niet toegestaan. Het wassen van gemotoriseerde vervoermiddelen is niet toegestaan. 

Motoren mogen niet onnodig lang draaien; het brandalarm kan dan in werking treden. 

Artikel 4.3 

Bij verkoop van parkeerplaatsen en garageboxen los van verkoop van appartementsrechten worden eigenaren dringend verzocht de parkeerplaats aan te bieden aan huidige bewoners van het complex Waterstadtoren. Dit is mogelijk door middel van melding bij de secretaris van de VvE voor opname in bulletin en/of plaatsing op het mededelingenbord. 

Artikel 4.4

Toegang tot de parkeergarage. 

Ten behoeve van de toegang tot de parkeergarage wordt vanwege de Vereniging van Eigenaars voor ieder appartementsrecht met de indexen A-169 tot en met A-349 en A-371 (parkeerplaatsen /garages/ boxen) één (1) toegangssleutel of zender verstrekt waarmee de gemeenschappelijke toegangsdeur tot de garage kan worden geopend. 

De toegangssleutels zijn voor rekening van de aanvrager. 

5. Gebruik privé gedeelten

Dit betreft de uitwerking van artikel 17 RvS (Modelreglement 1992; art. 20 RvS bepaalt dat het voorkomen van geluidshinder nader kan worden geregeld bij Huishoudelijk Reglement. De bepalingen in deze paragraaf bevatten die nadere regeling.

Artikel 5.1 

Bij het plaatsen van muziekinstrumenten die overlast kunnen veroorzaken, dient men zowel het aangrenzende wand- als vloerdeel te voorzien van een geluiddempende c.q. isolerende laag. 

Artikel 5.2

  1. Iedere bewoner dient zorg te dragen voor rust in het gebouw. Zaken die tot (geluids)overlast kunnen leiden zoals harde muziek, feesten en verbouwingswerkzaamheden (waaronder het gebruik van timmer-, zaag-, en boorgereedschap) zijn daarom beperkt toegestaan. Op werkdagen is niet toegestaan/verboden de rust van andere bewoners te verstoren voor 8.00 uur en na 22.00 uur en in het weekeinde voor 10.00 uur en na 22.00 uur. Op feestdagen (conform de Nederlandse regelgeving) is het verrichten van werkzaamheden die geluidsoverlast veroorzaken, niet toegestaan/verboden.

Werkzaamheden waarbij geluidsoverlast voorkomt en langer dan 1 dag duren, dienen uiterlijk 5 werkdagen vooraf aangekondigd te worden via het mededelingenbord in de lobby en via de Whatsapp groepsapp “Algemeen” (instructies voor het aanmelden hiervoor zijn te vinden op het mededelingenbord in de lobby). 

  1. In overeenstemming met artikel 17 lid 5 van het Modelreglement 1992 RvS gelden de volgende vereisten voor de vloerbedekking in de privé – gedeelten.

De vloerbedekking van de privé gedeelten behorend tot de appartementsrechten-woningen (appartementsindices 1 tot en met 168, 361, 362, 363, 366, 368 en 369) dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zoveel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt op zodanige wijze dat naar het oordeel van het bestuur geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en/of gebruikers.

Overlast aan omwonenden moet worden voorkomen. De vloerbedekking die bij het belopen met hard schoeisel geluidsoverlast kan veroorzaken zoals parket of plavuizen niet toegestaan/verboden tenzij wordt aangetoond dat de samenstelling van de vloer, de vloerbedekking en de onderlaag gezamenlijk dusdanig is dat de isolatie index voor contactgeluid (ICO) een geluidsreductie van tenminste +10 dB(A) met zich meebrengt. De geluid- dempende waarde van de vloerbedekking (exclusief de kale betonvloer) moet overeenkomen met Ico = + dien decibel (10dB) of meer. "I" staat voor index en "co" voor contactgeluid. Een vloerbedekking, al dan niet gezamenlijk met de daarbij behorende geluiddempende laag (gelet op voornoemde normwaarde), die de isolatie-index voor contactgeluid met meer dan tien decibel (10dB) verbetert, is zonder nadere maatregelen toegestaan.

Hierbij geldt de norm NEN 1070 en/of 5077. Andere dan Nederlandse normen worden in dit kader niet erkend. Reclamemateriaal van fabrikanten en/of doorleveranciers wordt in dit kader evenmin erkend. Voorgestelde Ico normwaarde is van toepassing op alle vloeren van de privé gedeelten behorend tot de appartementsrechten met de indices 1 tot en met 168, 361, 362, 363, 366, 368 en

369), behoudens die van de sanitaire ruimten (toilet en badkamer). Ten aanzien van alle appartementsrechten geldt voorts, dat het de eigenaars en gebruikers niet is toegestaan de vloeren van een privé gedeelten zwaarder te (doen) belasten dan bouwkundig is toegestaan. 

  1. Bij toepassing van de vloerbedekking als bedoeld onder B dient contact van deze vloerbedekking met de vloeren en wanden te worden vermeden. De aansluiting van de plinten dient isolerend te zijn en met elastische kit te zijn afgewerkt.
  2. Door of namens het bestuur kan worden verlangd dat de eigenaar aantoont dat aan de bepalingen van dit artikel wordt voldaan, bijvoorbeeld door overlegging van een TNO test certificaat waaruit genoemde ICO blijkt, tezamen met een schriftelijke verklaring van de leverancier van eerder bedoelde vloerbedekking dat de desbetreffende vloer in overeenstemming met de relevante bepalingen van dit artikel is aangelegd. Indien uit de TNO test blijkt dat de vloerbedekking niet de ICO voldoet worden de kosten voor de test ten laste van de eigenaar gebracht.
  3. Indien boven elkaar wonende buren een conflict hebben of de vloerbedekking aan de normen voldoet kunnen zij een test laten uitvoeren. Indien na meting wordt vastgesteld dat de vloerbedekking niet voldoet komen de kosten van het onderzoek ten laste van de eigenaar van die vloerdekking. Indien de vloerbedekking wel aan de normen voldoet komen de kosten van het onderzoek ten laste van eigenaar die in het ongelijk is gesteld.

Artikel 5.3 

Het is niet toegestaan zonder toestemming vooraf van het bestuur naamborden, reclame aanduidingen, uithangborden, zonneschermen, antennes, vlaggen, spandoeken, bloembakken, vaste droogrekken, vaste drooglijnen of in het algemeen uitstekende/ in het zicht voorwerpen aan te brengen. Aan een eventuele toestemming kunnen voorschriften omtrent constructie, kleur, het aanbrengen en de wijze van onderhoud worden verbonden. 

Artikel 5.4 

Iedere eigenaar/gebruiker is verplicht het plaatsen van steigerwerk en dergelijke ten behoeve van reiniging en eventueel onderhoud van het complex te gedogen. 

Artikel 5.5 

  1. Huisvuil dient in afgesloten vuilniszakken gedeponeerd te worden in de daarvoor bestemde container. Deze container staat in de containerruimte welke door alle bewoners schoon achter gelaten dient te worden. Mocht om wat voor reden dan ook een zak lek, dan wel stuk gaan wordt van de desbetreffende persoon verwacht dat hij/ zij het vuil opruimt. Het legen van de containers zal door de Roteb geschieden.
  2. Het is niet toegestaan grof huisvuil in de gemeenschappelijke ruimten op te slaan.
  3. Voor het ophalen van grof huisvuil dient de eigenaar/gebruiker zelf de Gemeente Rotterdam in te schakelen.

Artikel 5.6 

Bij langere afwezigheid dan een maand moet een eigenaar/gebruiker aan de bestuurder – zo mogelijk – zijn verblijfadres meedelen en daarbij opgeven wie is aangewezen om zich eventueel toegang tot het appartement te verschaffen, onder begeleiding van de politie, mocht daartoe de noodzaak ontstaan. 

Artikel 5.7 

Het is niet toegestaan werkzaamheden te verrichten aan de belinstallatie inclusief de videofooninstallatie in het appartement. Storingen, veroorzaakt door niet voorgeschreven verbindingen en/of door reparaties die zijn verricht door onbevoegde personen, zijn voor rekening van de eigenaar van het desbetreffende appartement. 

 

Privé eigendom

Artikel 5.8 

Appartementsrechten met de bestemming “wonen” dienen als zodanig gebruikt te worden. Het korter dan twee maanden verhuren of in gebruik geven van de woning als (vakantie) verblijf, shortstay, bed en breakfast of aanverwante vormen van verhuur voor kortere duur dan 2 maanden aan derden, is niet toegestaan.  

De VvE behoudt zich het recht voor verhuurmakelaars van shortstay accommodatie zoals rbnb.nl en wimdu.nl te verzoeken vermeldingen te verwijderen. 

Verhuur aan o.a. expats blijft wel toegestaan zolang dit verhuur voor langere termijn is dan 2 maanden. 

 

6. Privacyreglement

Artikel 6.1  

De regels opgenomen in dit hoofdstuk van het Huishoudelijk Reglement strekken tot het regelen van het gebruik van bewakingscamera’s en de daarmee opgenomen beelden in en rond het gebouw behorende tot de gemeenschappelijke delen van de Vereniging van Eigenaars.   

In en aan het gebouw en ter uitvoering van een besluit van de algemene ledenvergadering van de Vereniging van Eigenaars bewakingscamera’s geplaatst. De door deze camera’s waargenomen beelden worden opgeslagen op een daaraan verbonden (elektronisch) opnameapparaat. 

Artikel 6.2  

De aanwezigheid van de camera’s wordt door middel van mededelingenbordjes kenbaar gemaakt bij de toegangen van het gebouw en het binnenterrein. Het opnemen en bewaren van beelden heeft ten doel de veiligheid in en om het gebouw te bevorderen en de belangen van de Verenigingen van Eigenaars te dienen.  

Artikel 6.3 

De door de camera’s opgenomen beelden worden bewaard op een daartoe bestemde harde schijf van in een opnameapparaat. De bewaartijd van deze beelden is maximaal 60 dagen De apparatuur waarmee de beelden worden bewaard is geplaatst in een afgesloten ruimte.  Tot de ruimte waarin de opname apparatuur is bewaard hebben slechts toegang de leden van het bestuur en door het bestuur bevoegd verklaarde personen. 

Artikel 6.4 

Digitaal wordt een logboek bewaard, waarin wordt aangetekend, door wie wanneer en met welk doel de beelden zijn bekeken, en aan wie en met welk doel kopieën van de beelden zijn verstrekt. 

Artikel 6.5 

De beelden worden in principe niet rechtstreeks bekeken.  Het rechtstreeks bekijken van de beelden door bestuur en door derden zal alleen plaatsvinden indien hiervoor – naar het oordeel van het bestuur - een acute en dringende noodzaak is, en zij hiervoor ad hoc en voor een bepaald doel en bepaalde periode toestemming heeft gegeven. 

Artikel 6.6 

De opgenomen beelden kunnen bekeken worden indien dit noodzakelijk is voor controle of onderhoud van de apparatuur. De beelden kunnen bekeken worden indien er zich een incident in het appartementsgebouw heeft voorgedaan op een plaats die valt binnen het bereik van de camera’s. Het bekijken van de beelden blijft dan beperkt tot de periode waarin het incident zich vermoedelijk heeft voorgedaan. Een incident is in deze, een strafbaar feit, een schadeveroorzakende gebeurtenis, overlast, of een andere gebeurtenis waardoor de belangen van de Vereniging van Eigenaars of van één van de eigenaars of rechthebbenden is geschaad. Beelden mogen niet gebruikt worden voor een ander doel dan waarvoor zij zijn gemaakt. 

Het bestuur is bevoegd kopieën te maken van de beelden van een incident en deze te bewaren tot dat het incident is afgedaan. De betreffende kopieën mogen alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor zij zijn gemaakt, het dienen als bewijs in en buiten rechte daaronder begrepen. Zodra het incident is afgedaan worden de kopieën vernietigd. 

Artikel 6.7 

Aan derden wordt geen inzage in de beelden verstrekt, noch worden aan derden kopieën van de opnames verstrekt tenzij: 

  1. dit naar het oordeel van het bestuur in het directe belang is van de VvE en/of van een bewoner, en valt binnen het doel waarvoor de beelden zijn gemaakt,.   
  2. dit geschiedt op verzoek van politie en / of justitie indien en voor zover daartoe een

wettelijke verplichting bestaat. 

In spoedeisende gevallen kunnen kopieën van de beelden worden opgeslagen in afwachting van een beslissing over gebruik van deze kopieën en / of afgifte ervan. Indien besloten wordt dat de beelden niet zullen worden gebruikt zal tot onverwijlde vernietiging van de gemaakte kopieën worden overgegaan.   Artikel 6.8 

In gevallen waarin dit hoofdstuk van het Huishoudelijk Reglement niet voorziet beslist het bestuur. 

7. Slotbepalingen

Artikel 7.1 

Voor alle gevallen waarin dit Huishoudelijk Reglement en het RvS, niet voorzien, beslist de vergadering. 

 

Eerstens vastgesteld in de Vergadering van Eigenaars d.d. 12 april 2017 en vervolgens bekrachtigd in de 2e vergadering d.d. 3 mei 2017.  

 

Vervolgens vastgesteld in de Vergadering van Eigenaars d.d. 9 mei 2019 en vervolgens bekrachtigd in de 2e vergadering d.d. 19 juni 2019. 

 

Vervolgens vastgesteld in de Vergadering van Eigenaars d.d. 22 april 2021 en vervolgens bekrachtigd in de 2e vergadering d.d. 20 mei 2021.

 

Vervolgens vastgesteld in de Vergadering van Eigenaars d.d. 14 april 2022 en vervolgens bekrachtigd in de 2e vergadering d.d. 24 mei 2022.

 

Vervolgens vastgesteld in de Vergadering van Eigenaars d.d. 28 maart 2024 en vervolgens bekrachtigd in de 2e vergadering d.d 30 april 2024